Asko Koor
Een nieuw project van het Asko Kamerkoor olv. Jos Leussink in samenwerking met slagwerker Arnold
Marinissen.
Uit instrumentale en elektronische muziek van de afgelopen eeuw blijkt dat ruis niet alleen een vervelend
bijverschijnsel van de klankproductie is, maar dat het ook doelbewust ingezet kan worden. Het slagwerk,
ruisopwekker bij uitstek, dient allang niet meer alleen als ritmische begeleiding, maar kent inmiddels een
eigen, op zijn ruismogelijkheden toegespitst repertoire. Luister naar een zingende slagwerker en
slagwerkende zangers met een toefje elektronica.
De bekende zangpedagoog William Vennard verwoorde ruis in zijn opzienbarende boek Singing, the
Mechanism and the Technic (1967) als volgt.
“… zangers leren eerst tonen te maken. Die onderbreken we vervolgens met verschillende ruisgeluiden.
De tonen worden klinkers genoemd, de ruisgeluiden medeklinkers. De medeklinkers kunnen worden
gecombineerd in sociaal geaccepteerde patronen die een betekenis hebben, als aanvulling op de
schoonheid die de tonen kunnen hebben. Dit alles maakt zang tot een kunst die muziek en literatuur
combineert. Andere instrumenten produceren ook ruis. Maar die heeft geen symbolische betekenis en
leidt af van de schoonheid van het geluid.”
Programma
Mary Finsterer (*1962): Omaggio alla Pietà voor zes zangers en slagwerker (1993)
[5’] NP
Piet-Jan van Rossum (*1966): nieuw werk voor slagwerker [8’] WP
Wouter Snoei (*1977): Waan voor twaalf zangers, slagwerker en elektronica [15’]
WP
Pauze
Morton Feldman (1926-1987): Christian Wolff in Cambridge voor vierstemmig koor (1963)
[3:50]
Marko Ciciliani (*1970): Crash voor een zingende slagwerker (2007) [10’] NP
Arnold Marinissen (*1966): Ei voor koor, slagwerker en elektronica [10’] WP
François-Bernard Mâche (*1935): Danaé voor twaalf zangers (allen ook slagwerk) en
slagwerker (1970) [16’] NP
De werken van Van Rossum, Snoei en Ciciliani kwamen tot stand in opdracht van het Fonds voor de
Scheppende Toonkunst.






