ENG | NL

Nicoline Soeter

Veranderende Perspectieven

Nicoline Soeter

Al sinds een kleine tien jaar werkt de Nederlandse componiste Nicoline Soeter aan een gevarieerd oeuvre voor akoestische en elektrisch versterkte instrumenten, met speciale aandacht voor klank en bijzondere geluiden. Steeds vaker speelt ook een filosofische blik een centrale rol. Een belangrijk thema daarbij is hoe veranderende ideeën in ons mensbeeld samenhangen met veranderende perspectieven op de maatschappij en de vooruitgang.

Het is zeker niet mijn gewoonte om al bij een eerste ontmoeting en tijdens een eerste gesprek (waarvan wat volgt een weerslag is) een componiste op schoot te nemen. Maar in dit geval bleek dat welhaast onvermijdelijk. Het illustreert bovendien – met een knipoog – hoe perspectieven en ideeën kunnen samenhangen. Want alles wordt gelijk weer anders wanneer ik u nu vertel dat tijdens dat betreffende gesprek Nicoline thuis, in Berkel-Enschot, op de bank zat, en ik met Skype op een laptop in een stoel thuis in Parijs.

Je bent oorspronkelijk violiste, Nicoline, maar je hebt je vervolgens op het componeren gestort.

N.S. – “Dat klopt. Eerder heb ik ook wel het een en ander geschreven, maar pas vanaf 2008 ben ik het componeren heel serieus gaan zien. Vanaf dat moment ben ik er méér mee gaan doen,  Ik nam compositielessen bij Willem Jeths en richtte me vervolgens volledig op het componeren. Het werken met klank is daarbij voor mij heel belangrijk. Een ander belangrijk thema is meer filosofisch van aard, namelijk hoe grote veranderingen in de maatschappij impact hebben op onze wereld van ideeën. Ik vind het bijzonder interessant om met andere disciplines samen te werken. Zo is ook die filosofische lijn in mijn werk gekomen. Ik heb bijvoorbeeld een project georganiseerd, ‘Eigen Brein’, dat over hersenwetenschappen ging en over de invloed van hersenwetenschappen op ons zelfbeeld. Tegenwoordig zien we ons brein meer en meer als iets zelfstandigs.  We verklaren nu heel veel vanuit de hersenen, veel meer dan in het verleden werd gedaan. Dat is weer zo’n veranderend perspectief: we verklaren dingen op een andere manier en kijken op een andere manier naar onszelf.

Die aspecten – klank en filosofie –  zijn ook, neem ik aan, integraal deel van het werk dat je in opdracht van Intro in situ voor Cultura Nova 2015 maakte?

N.S. – “Jazeker. De productie voor Cultura Nova is een samenwerking met beeldend kunstenares Alien Oosting en staat in het teken van het jaar van de mijnen. Wij hebben daarvoor het mijnwater als uitgangspunt genomen. Dat is grondwater dat vroeger natuurlijk een ontzettend probleem vormde bij het graven van de schachten en de gangen. Want dat water moest er uit. Zeker in de begintijd van de mijnbouw was dat geen eenvoudige opgave. En later, toen de mijnen gesloten werden, vulden de gangen en schachten zich opnieuw met water. Wat dan natuurlijk weer vreemde gevolgen had. Zoals bodemstijging. Een beetje zoals met het gas in Groningen, waar ook van alles met de bodem gebeurt. Maar hoewel het dus zeker niet in alle opzichten iets gunstigs is, hebben ze in Heerlen een heel interessant project rond dat mijnwater. Een hele nieuwe techniek, namelijk het oppompen van dat mijnwater voor, bijvoorbeeld, verwarmings- of koelingssystemen. Want door de natuurlijke warmte van de aarde houdt dat mijnwater een constante temperatuur, warm in de onderste delen van de ouwe mijnen, en kouder in de hoger gelegen delen.”

“Dat bracht ons dan weer op het historische feit dat pas sinds de komst van de stoommachine het echt goed mogelijk werd om mijnwater ook van grotere diepten weg te pompen. Pas met de stoommachine werd het mogelijk om de mijnen echt heel intensief te gaan ontginnen. Daar is toen – wereldwijd – die grootschalige industrialisatie mee op gang gekomen.”

Jullie werk voor Culture Nova is een installatie?

N.S. – “Inderdaad, het is een combinatie van video en geluid. Op een aantal dagen bovendien aangevuld met een live zang performance, van Rianne Wilbers, een van Intro in situ’s Jonge Honden, waar ik veel mee samenwerk. En zowel voor het videobeeld als voor het geluid hebben we het mijnwater als het belangrijkste uitgangspunt gebruikt. Door de jaren heen, van heel vroeger tot aan de dag van vandaag.  Want als dat water nu wéér omhoog wordt gepompt dan komt er ook een stuk geschiedenis mee naar boven. De installatie komt in Heerlen in een fietsenkelder. Onder de grond dus, wat gezien het thema natuurlijk perfect is.”

Een oude mijngang of schacht zou nog mooier zijn geweest, niet?

 N.S. – “Ha, ha, maar dan zouden we zelf in het water terecht zijn gekomen! Dat is misschien een beetje teveel van het goeie! Maar we gebruiken als onderdeel van de installatie wel videomateriaal dat in 2006 is gemaakt tijdens een proefboring, waarbij water voor die verwarmingssystemen werd opgepompt. Dat filmpje projecteren we op een muur in de ruimte. En Alien projecteert het videowerk dat zij heeft gemaakt op een rond, cilindrisch scherm. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan, dat moet ik nog zien, maar ook haar werk is een cilindrische vorm: dat is een pompbeweging. En in die pomp met water – je ziet veel water in beeld – komen dan oude beelden van het mijnverleden voorbij.”

“Mijn soundtrack wordt over zes luidsprekers (het zijn ook zes kanalen) in de ruimte geprojecteerd. Daarin zitten opgenomen geluiden van stenen, van water, stemgeluiden, het geluid van stoom… Deels bewerkt met elektronica. En dan zijn er tijdens het festival als gezegd vier dagen waarop de installatie wordt aangevuld met live performances van Rianne Wilbers.”

En Rianne zingt teksten die ook met de mijnen en het mijnwater samenhangen?

 N.S. – “Rianne komt al zingend aanlopen door de behoorlijk lange gang die naar die fietsenkelder leidt. Vervolgens gaat de performance in de fietsenkelder samen met de installatie verder. Zij zingt over die veranderende perspectieven en de veranderende wereld van ideeën. Ik gebruik daarvoor een compilatie van teksten die ik verzameld heb. De allereerste komt uit een brief die John Symmes, een oud-kapitein van de infanterie, in 1818 aan het Amerikaanse congres schreef. Symmes had een theorie dat de aarde hol is. Hij beweerde dat hij wist hoe je in die holle aarde kon komen en vroeg het congres toestemming voor een ontdekkingsreis naar dat binnenste van de aarde.”

En de tekst is dan in het Engels?

N.S. – “De tekst is deels in het Engels maar voor een deel ook in het Nederlands en in het Frans. Sommige dingen vond ik mooier in de oorspronkelijke taal. Maar af en toe zitten er verhalende stukjes in. Dan praat de zangeres en dat wil ik dan voor een Nederlands publiek goed toegankelijk en begrijpelijk houden. Zo gebruik ik de begintekst ook nog een keer in het Nederlands omdat daar iets heel grappigs inzit. Er zit namelijk een PS bij het schrijven van John Symmes aan het congres, die zegt: “Deze brief gaat vergezeld van een verklaring van geestelijke gezondheid.” En dat is natuurlijk hilarisch!”

Wat vertellen de teksten ons nog meer?

N.S. – “Er is een stukje van een patenttekst uit 1702, van Thomas Savery, de uitvinder van een vroege versie van de stoommachine. Wat ik daar heel bijzonder aan vond is dat die tekst eigenlijk klinkt als moderne marketing. Eigenlijk is het gewoon een reclametekst. Het heet: ‘The Miner’s Friend’, met als ondertitel: ‘An Engine to Raise Water by Fire’. Savery had weliswaar ook andere toepassingen voor zijn machine in gedachten, maar het wegpompen van het grondwater in de mijnen had in die tijd de hoogste urgentie. En wat mij opviel, eigenlijk aan al die tekstjes (vaak gebruik ik maar hele korte fragmentjes), is dat er zulke utopische verwachtingen uit spreken. Een tocht naar het binnenste van de aarde, die ons naar een andere wereld om in te leven zou leiden; de verwachting van alles wat de stoommachine ons zou brengen, en van de enorme hoeveelheid steenkool die erdoor gewonnen zou kunnen worden…”

Wat die stoommachine en de steenkool betreft was dat natuurlijk ook wel terecht. Ik denk dat wij zonder stoommachine en zonder al die steenkool nu niet met onze rekentuigjes hier bij elkaar op schoot zouden zitten…

N.S. – “Nee, zeker niet. Dat zijn ongetwijfeld hele belangrijke elementen geweest in het proces van industrialisatie. Maar aan de manier waarop de teksten zijn geformuleerd kun je heel goed merken dat het toen een hele andere tijd was. En dat brengt me dan weer bij die verandering in perspectief. Soms zijn de teksten nog steeds actueel, zoals dat reclametoontje van die patenttekst. In een andere tekst wordt uiteengezet dat al die ontwikkelingen kenmerkend zijn voor de democratisering en voor onze christelijke cultuur. Daar spreken al die grootse verwachtingen uit. Ik breng daar dan – zonder er andere woorden aan toe te voegen – een vorm in aan. Door de manier waarop de teksten worden uitgesproken (soms verhalend, soms theatraal) en door de manier waarop ze achter elkaar gezet zijn, probeer ik de psychologie van iets te duiden. Sommige stukjes komen ook heel snel achter elkaar of worden herhaald, waardoor het iets machinaals krijgt, wat natuurlijk alles te maken heeft met het industrialisatieproces, met die technologie die ontwikkeld werd. En dat komt dan weer mooi samen met de pompbeweging die er in het beeld zit.”

Had je een vooropgezet plan voor het stuk? Een structuur, een architectuur, die je vervolgens achter de computer hebt ingevuld?

N.S. – “Het vooropgezette plan bestond eruit dat ik wist welke soorten van geluiden ik ongeveer wilde gebruiken, natuurlijk ook in overleg met Alien. Het was duidelijk dat er water en stenen in terecht zouden komen. Maar verder speelt intuïtie voor mij een hele belangrijke rol.”

Al doende boetseer je de vorm van het stuk, als een sculptuur?

N.S. – “Dat zou je kunnen zeggen. Ik zie inderdaad vaak klanken als iets heel fysieks voor me. Als iets wat elastisch of heel droog of net heel vloeibaar klinkt. Ja, dat is voor mij een manier om met klank te werken, eerder dan dat hele analytische. Ik analyseer wat ik doe terwijl ik aan de gang ben. Daar ga ik mee bouwen. Ik heb niet vooraf een schema of een tekening of een uitgebreid concept waarbinnen ik ga bouwen. Maar ik ben wel aan het bouwen tijdens het werken. Het is niet zo dat alles enkel een intuïtieve opeenvolging is. Ik analyseer wel degelijk wat er gebeurt en hoe ik iets sterker kan maken.”

Hoe concentreer je je op klank als materiaal wanneer je niet met elektronische of concrete geluiden werkt, maar met instrumenten?

N.S. – “Met losse instrumenten ligt dat misschien iets anders dan met een combinatie van instrumenten. Want met meerdere instrumenten zit het al vaak in welke instrumenten je qua klank bij elkaar zet. Zo heb ik een stuk gemaakt voor mijn eigen ensemble, Vonk, waarin elektrische gitaar en vibrafoon en koebellen samenkomen. De elektrische gitaar gebruikt dan ook een wah-wah pedaal, dus dan zit er zo’n wah-wah-wah in, net als in de vibrafoon. En bovendien hebben de gitaar, de vibrafoon en de koebellen allemaal een metalige warme klank. Voor individuele instrumenten gebruik ik graag bepaalde extended techniques. Maar dan vooral omdat ze een bepaald gevoel oproepen of een bepaald beeld. Het gaat me niet zozeer om eventjes zo experimenteel mogelijk allerlei geluiden uit te proberen. Voor blazers vind ik multiphonics een interessante techniek, met het soort hele mooie trillers die daarin kunnen zitten. Of iets als bisbigliando’s… allemaal hele spannende mogelijkheden.”

Neem je snel beslissingen als je componeert?

N.S. – “Nee, ik ben niet iemand die snel beslissingen neemt. Omdat stukken vaak uit zoveel verschillende laagjes bestaan duurt het altijd relatief lang. Ik kan heel lang doen over een klein stukje muziek. In het geval van dit project voor Cultura Nova was er een bepaalde tijdsdruk. Daarom heb ik achter elkaar doorgewerkt, zodat de soundtrack in ongeveer twee of drie weken is ontstaan. Maar ik kan ook maandenlang over een stukje doen.”

 Het stuk heet Ondertijds. Dat is een bijzonder en ook een mooi woord.

 N.S. – “Het is een oud woord, dat tegenwoordig nog maar weinig wordt gebruikt en dat oorspronkelijk iets als ‘in de loop des tijds’ betekende. Maar het heeft ook iets van ‘ondertussen’…”

 En van ‘destijds’.

 N.S. – “Ja, die combinatie.  We schrijven bovendien de letters t i j schuin, als tij,

zodat je het ook kunt interpreteren als veranderend tij. Ik laat in de klank de stoomgeluiden uiteindelijk ook transformeren tot iets wat getijden lijken. Dan klinkt er een soort van branding, de zee met het veranderende tij, veranderende perspectieven…”

“Aan het eind van de voorstelling, ten slotte, zit er nog een fascinerend feit dat ik van een onderzoeksjournalist heb. Op het moment dat de mijnen in Limburg gesloten werden was er een serieus voorstel van de directeur van een Canadese werkgeversvereniging om heel Geleen naar Canada te verhuizen. Er was daar een plek op de landkaart geprikt die Nieuw-Geleen zou gaan heten.  De man bood twee schepen aan om alle mijnwerkers samen met hun hele sociale omgeving –de slager, de bakker, de kerk, de fanfare, de voetbalclub – om echt alles naar Canada te verplaatsen. Maar ja, Limburg hè? Men heeft er uiteindelijk toch vanaf gezien. Er is één, letterlijk één, persoon geweest die toen wel naar Canada is geëmigreerd.”

Harold Schellinx