Recensie Facelifters

Een groep van negen jonge studenten Beeld en Geluid uit Rotterdam kwamen een week tezamen in Maastricht. De resultaten werden tenhoorgesteld op het einde van de week. Door middel van diverse(digitale) interfaces kon het publiek genieten van negen uiteenlopende performances. Facelifters: een geluidsspektakel waarin de nieuwste methodes en technieken om klank te creëren niet geschuwd worden…


De aardvader der elektronische instrumenten, de theremine was dan ook van de partij. Trots uittorende boven de laptops, de samplers en effectbakken staken haar twee voelsprieten in de lucht. Eén metalen buis voor de toonhoogte, de ander voor het volume: de ether eromheen dient als interface voor de muzikant. Zo werd begin jaren dertig al muziek gemaakt met behulp van elektronische impulsen en magnetische velden. Pas jaren later werd het spookachtige gejank van de theremine gepopulariseerd door personen als Stanley Kubrik. Hij gebruikte deze onheilspellende klankkleuren in films als Space Odyssee 2001.


intro_0906_faceliftersrecensie


Terug naar Maastricht 2006: de visuele aantrekkelijkheid van de negen korte shows was een algemeen punt van discussie op de donderdagavond in stichting Intro. Daar het bij de thermine nog zichtbaar was hoe de muzikant de klank aanstuurt, waren de golven van geluid van deze laptopkunstenaars vaak ondoorzichtig. Verscholen achter hun gloeiende Apple laptops, sleutelden de jonge studenten aan krakerige loops en samples. De performances die het meeste applaus oogstten waren dan juist degene waarin oude analoge instrumenten een rol speelden in combinatie met de nieuwe digitale technieken. Naast de theremine werden onder andere mondharpen, zingende zagen, cello’s en een koperen toeter ingezet. Deze manier van self sampling bood de toeschouwer visuele handvaten die vaak gemist worden bij deze laptop-performances en dj-sets. Niettemin werden er met succes een diverse palet aan geluidsimpressies tenhoorgesteld.


De negen verschillende opstellingen, waar de toeschouwers met gemak tussendoor konden laveren, produceerden elk eigen timbres en ritmes. Deze aanpak maakte het voor de laptop-leek als ondergetekende makkelijker om een onderscheid te maken tussen de verschillende niches in de wereld van het digitale geluidsexperiment. De ruimte zelf speelde ongevraagd mee in de totstandkoming van allerlei geluids-tsunamies. Niet alleen omvallende bierflessen en kreten van verwondering gingen moeiteloos op in het klanklandschap, ook de loeiende rookmelder op de eerste verdieping gaf de uitvoering een externe schwung. Zo bleek dat de performances wel degelijk interactief waren. Dat een hoog volume niet altijd tot kwaliteit leidt, op momenten waren een set oordopjes geen overbodige luxe, bleek uit de performance waarin geluid minimalistisch werd ingezet.


Jan Smeets oktober 2006