Recensie Simons Ensemble belooft veel goeds
Simons Ensemble belooft veel goeds
Gehoord: Het Simons Ensemble (debuutconcert)
Door: Intro in situ
Waar: Theater aan het Vrijthof, Maastricht, zaterdag 13 maart 2010
door Maurice Wiche
Marijn Simons is een begenadigd muzikaal talent. Speelt vanaf zijn vierde viool en begon bijna gelijktijdig met componeren. Feiten die je onmiddellijk associeert met de grote jongens: Mozart begon ook op zijn vierde, Chopin kraste zijn eerste noten met zes op het papier. En Simons doet goede zaken. Ik eigen land werden zijn werken ondermeer door het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest uitgevoerd. In het buitenland was hij te gast bij gezelschappen als de London Mozart Players en het Los Angeles Philharmonic. Klinkende namen die niet iedere 28-jarige componist op zijn palmares heeft staan.
De Geleense musicus heeft nu een ensemble opgericht dat zijn naam draagt: het Simons Ensemble. Voornaamste doelstelling: het dichten van de kloof tussen de hedendaagse muziekkunst, de klassieke muziek en het publiek.. Een lovenswaardig initiatief. Immers, hedendaagse muziek wordt door het grote publiek nog vaak als moeilijk en afstandelijk ervaren. Daar valt dus nog wel wat terrein te ontginnen. Des te opvallender is het dat juist op dit gebied niet alle kansen gegrepen worden. Programma-toelichtingen kunnen de luisteraar de broodnodige houvast bieden, maar die pakken wel érg summier uit. Zo komen we bij The Legend of the Kwahkaazu (een wereldpremière) slechts te weten dat Kwahkaazu de fonetische vertaling van het Romeinse woord voor bosbessen is. Hoe een bosbes het schopt tot legende, waarom Simons zich hierdoor heeft laten inspireren, en hoe hij het in noten vertaald heeft: het is slechts gissen.
In het stuk overheersen jazz-invloeden. Puls en ritme spelen een grote rol. De invloed van Stravinsky is onmiskenbaar. Maar ook de barok doet mee: melodieën worden naar hartenlust geïmiteerd en een citaat van Bach doemt ergens op. De aanwezigheid van eenvoudige volksliederen completeert het rijke palet.
In het daarvoor gespeelde Five horen we heel andere muziek. Niet ritme, maar kleur en dynamiek hebben er het hoogste woord. Zo klinken bewegende klankvelden, dwarrelen de melodieën over elkaar heen, en gaat de sterkte van superzacht tot flink hard. Veelzijdigheid troef dus bij Simons, nog eens benadrukt doordat hij alle werken (allemaal van zijn hand) zelf ook nog eens dirigeert. Voor de toekomst heeft het ensemble grote plannen. Naast Simons zullen klinkende namen als John Adams, James MacMillan en Esa-Pekka Salonen op het programma staan. Het verstrekken van compositie-opdrachten zit eveneens in de planning. Veelbelovend allemaal, want muzikaal zit het wel snor. Nu de omlijsting nog.




